Eerste hulp bij nieuwe HBH loonschalen: 5 stappenplan voor gemeenten

Wo 11 juli

Door Janneke de Schutter, Commercieel Manager Tzorg

Af en toe helpt het om zaken overzichtelijk te maken, vooral in dynamische tijden. Je moet er niet aan denken dat je ooit iemand moet reanimeren. Maar als het dan toch zo ver komt.. dan komt toch meteen de basisregel ABC (Ademhaling, Bewustzijn, Circulatie) bij mij naar boven. Waarom hebben we dan in deze dynamische tijden rond de nieuwe loonschalen niet zo’n “ingestampt” stappenplan? Waarom zie ik gemeenten, andere aanbieders en inkoopadviseurs zo struggelen en hebben we niet hetzelfde vertrekpunt? Laten we dan een mooie start maken door een helder EHBO stappenplan voor de nieuwe loonschalen op te zetten. Hierbij mijn aanzet voor de ABDCE voor gemeenten.
Praat ik wartaal als het gaat over de AMvB en de nieuwe HbH schalen (verder te noemen HV loonschalen)? Check dan vooral ook www.reeleprijzenwijzer.nl of ons kennisdocument HV loonschalen

 

Stap 1: AMvB plichtig of niet?

Er zijn nog veel vragen over wanneer de nieuwe loonschalen voor Hulp bij het Huishouden gaan gelden. Het is eerst van belang dat je als gemeente weet of je wel of niet AMvB plichtig was op 1 april 2018. Simpelweg is hiervoor de stelregel: je bent AMvB plichtig als je een nieuwe aanbesteding hebt aangekondigd na 1 juni 2017 of het contract hebt verlengd na die datum. En was je als gemeente AMvB plichtig op 1 april 2018? Dan hebben de medewerkers in je gemeente ook recht op de nieuwe HV loonschalen vanaf die datum.

Ongeveer de helft van alle gemeenten in Nederland was AMvB plichtig op 1 april 2018. Uiteindelijk is het de bedoeling dat alle gemeenten AMvB plichtig worden. Gemeenten die op dit moment druk doende zijn met nieuwe aanbestedingen krijgen daarmee te maken en uiteraard alle gemeenten die hun huidige contracten gaan verlengen. De medewerkers in die gemeenten hebben dan recht op de HV loonschalen op het moment dat het contract ingaat of bij de verlengde contractdatum.

Tot het moment dat een gemeente AMvB plichtig is, blijven de huidige FWG schalen gelden. Een gemeente kan zich uiteraard wel “AMvB plichtig voelen” en eerder overgaan naar hogere tarieven die HV loonschalen mogelijk maken. Deze tendens zien wij ook terug. Gemeenten willen bijvoorbeeld niet achterblijven op omliggende gemeenten. Of willen voorkomen dat medewerkers andere gemeenten verkiezen om te werken omdat daar de betere voorwaarden reeds gelden.

 

Stap 2: Budget alloceren

De overgang van de FWG loonschalen naar HV loonschalen brengt, ondanks dat ze horizontaal ingeschaald worden, voor de medewerkers een gemiddelde loonstijging mee van ongeveer 4%. Maar vergeet ook niet de jaarlijkse doorstroming. Medewerkers stromen door tot uiteindelijk HV schaal 5 met steeds een jaarlijkse bruto loonstijging van 5%. Dit afgezien van eventuele CAO verhogingen. Het moge duidelijk zijn dat deze kostenstijging niet op te vangen is met de huidige tariefafspraken tussen gemeenten en aanbieders. De tarieven in AMvB plichtige gemeenten moeten dus stijgen en indexaties de komende jaren worden aangepast.

Een gemeente kan zich dus wel al houden aan de AMvB (die inging juni 2017) maar is daarmee nog niet voorbereid om de nieuwe werkelijkheid van de HV loonschalen. Ik probeer het ook wel eens uit te leggen als: je houdt je als gemeente wel aan de AMvB met een goed tarief op basis van de (oude) FWG schalen maar daarmee ben je nog niet HV-proof. Op dit moment hanteren slechts een enkele gemeenten in Nederland een HbH1 tarief dat tussen de €25 en € 26,50 ligt. Uiteraard is het tarief afhankelijk van gemeente specifieke omstandigheden zoals inschaling van medewerkers en ziekteverzuim.

Ter illustratie hierbij een conversietabel voor die gemeenten waar de HV loonschalen gelden per 1 april 2018.

Een stijgend tarief voor gemeenten moet uiteindelijk ook betaald kunnen worden… En hoe voorkomen we dat een stijgende P niet ten koste gaat van de spreekwoordelijke Q? Met andere woorden; gemeenten moeten ervoor zorgen dat het budget voor Hulp bij het Huishouden voldoende ruimte biedt voor deze kostenstijging de komende jaren.

Meerdere malen hoor ik gemeenten verzuchten hoe dit allemaal betaalbaar moet zijn en ook vooral de vraag stellen: waar is de schatkaart naar de geldboom? De VNG bericht gemeenten hierover dat zij in de komende kabinetsperiode een groei van het gemeentefonds met € 5,4 miljard krijgen en meeruitgaven van het Rijk doorwerken in de omvang van het gemeentefonds. De VNG verwacht dat gemeenten de extra kosten uit deze groei kunnen financieren. De meicirculaire zal de nodige ruimte gaan bieden. Het geld zou er dus moeten zijn maar hoe alloceer je als gemeente dit niet gelabelde geld daadwerkelijk voor de stijgende kosten in de Hulp bij het Huishouden? Maarten Oosterkamp van de BTN schreef over dit onderwerp eerder al een blog.

Laten we vooral niet vergeten dat we deze nieuwe HV loonschalen moeten omarmen. Medewerkers die dit werk uitvoeren doen ongelooflijk goed werk voor een grote groep kwetsbare inwoners. Hierdoor zijn problematieken binnen een gemeente snel zichtbaar en wordt zoveel mogelijk zwaardere zorg voorkomen. Het is van groot belang dat medewerkers zich hierin beloond voelen maar vooral ook dat nieuwe medewerkers dit werk willen gaan doen. Binnen de zorg wordt voorspeld dat het tekort de komende jaren oploopt tot meer dan 100.000 niet-ingevulde banen. Om zorgcontinuïteit te blijven bieden als gemeente zijn voldoende gemotiveerde thuishulpen de komende jaren dus onontbeerlijk.

 

Stap 3: Calculaties aanbieders uitvragen op basis van de VNG rekentool

Om van de juiste uitgangspunten uit te gaan voor een reële prijs (en dito reel budget) is de samenwerking met de aanbieders als gemeente van groot belang. We begeven ons niet voor niets in iets dat het Sociaal Domein heet. We doen het als gemeente en aanbieders nadrukkelijk samen. Ga de dialoog aan met de betrokken aanbieders. Bij aanbieders is de informatie verkrijgbaar over de situatie in je gemeente. Hoe zijn de medewerkers nu ingeschaald binnen de FGW schalen? Hoeveel mensen stromen door naar welke HV loonschaal? Wat is het ziekteverzuim gemiddeld in je gemeente?

Haal het spreekwoordelijke net dus op bij de aanbieders in je gemeente. Doe daarvoor een uitvraag op basis van de rekentool zoals te vinden op de VNG site. In deze rekentool wordt meteen duidelijk aan welke kostprijselementen niet valt te tornen, deze zijn namelijk vast en ingegeven door afspraken binnen de CAO VVT. Echter zijn er ook de zogenaamde groene knoppen die per organisatie kunnen verschillen. Denk hierbij aan inschaling van de medewerkers (heeft een aanbieder vooral duurdere medewerkers of juist niet?), ziekteverzuim, overheadkosten en de broodnodige risico-resultaat opslag.

Op basis van deze rekentool kunnen alle aanbieders hun specifieke situatie kenbaar maken. Hiermee kun je als gemeente nog verdiepende gesprekken aan gaan en vervolgens een nieuw tarief voorstellen aan de aanbieders. We geven hierbij wel vaak als tip mee om de informatie van de verschillende aanbieders nadrukkelijk te wegen. De grootste aanbieder binnen de gemeente geeft vaak een beter en waarheidsgetrouw beeld dan een geheel nieuwe aanbieder met nog weinig ervaren (en daardoor vaak goedkoper) personeel. En biedt voldoende ruimte aan aanbieders om te reageren op het tarief dat wordt voorgelegd. Tot nieuwe tarieven komen kan geen eenrichtingverkeer zijn.

 

Stap 4: Duidelijke afspraken over ingangsdatum en indexatie

Op het moment dat je als gemeente AMvB plichtig was op 1 april 2018 hebben de medewerkers in je gemeente vanaf die datum ook recht op de nieuwe HV loonschalen. Maar aan aanbieders en gemeenten is de tijd geboden om tot 1 januari 2019 te komen tot nieuwe tarieven. Dit heeft te maken met het akkoord tussen de sociale partners dat (pas) is gesloten op 8 maart 2018. Op die datum is de definitieve go gegeven dat de HV loonschalen drie weken later ingingen in AMvB plichtige gemeenten. Maar het was ook meteen duidelijk dat de tarieven hiervoor nog niet toereikend waren. Dit is iets dat zeker niet binnen drie weken was te realiseren en daarom hebben gemeenten en aanbieders de tijd gekregen tot 1 januari 2019.

Veel gemeenten zijn nu met aanbieders in gesprek om te komen tot nieuwe tarieven. Dat is natuurlijk een goed teken. Maar de vakantieperiode staat voor de deur en besluitvorming neemt vaak een hele tijd in beslag. Enige sense of urgency is dus wel geboden want we zitten eerder aan de oliebollen dan je denkt. Wanneer je komt met aanbieders tot nieuwe tarieven in 2018 moet je dus ook afspraken maken dat deze tarieven gelden vanaf 1 april 2018.

Medewerkers hebben namelijk al recht per 1 april 2018 op deze loonschalen. Aanbieders en medewerkers moeten daarvoor ook gecompenseerd worden met terugwerkende kracht tot 1 april 2018.

Vergeet overigens ook niet een akkoord met de aanbieders gepaard te laten gaan met de nodige communicatieve aandacht. Door de tariefverhoging richting aanbieders worden de medewerkers in jouw gemeente beter beloond en gewaardeerd. Een mooie vermelding waard!

De conversietabel bij stap 2 geeft al aan dat aanbieders te maken krijgen met loonstijgingen die kunnen oplopen de komende jaren tot wel 25%. Op deze nieuwe werkelijkheid zijn de bestaande contracten met aanbieders niet ingericht. Van belang om als gemeente de indexatie afspraken met de aanbieders goed tegen het licht te houden. Op het moment dat je eist dat aanbieders zich aan de CAO VVT houden dan is het ook van belang om op basis van de CAO VVT te indexeren en mee te bewegen. Indexatie afspraken als de CPI index stel ik al vaker aan de kaak , deze zal nooit op de juiste wijze recht doen aan de situatie van CAO VVT aanbieders.

Kom dus samen met aanbieders tot heldere afspraken hoe de jaarlijkse automatische doorstroom van 5% naar hogere loonschalen wordt opgevangen en hoe geanticipeerd kan worden op de nieuwe CAO VVT wijzingen.

 

Stap 5: Effectueer zo snel mogelijk

1 januari 2019 komt sneller dichterbij dan we denken. Stel de overgang naar de hogere tarieven niet te lang uit. Medewerkers in je (AMvB plichtige) gemeente hebben al per 1 april 2018 recht op de uitbetaling van de hogere loonschalen. Er zijn aanbieders die ook al per die datum de hogere schalen uitbetalen en uit eigen middelen nu voorfinancieren. Maak duidelijke afspraken over de nieuwe tarieven en hoe de terugwerkende kracht wordt geregeld. Enige haast is dus geboden en wacht niet totdat aanbieders spreekwoordelijk aan het infuus moeten…

 

En nu allemaal aan de beademing?

Ik ben me er terdege van bewust dat er veel in korte tijd wordt gevraagd van de gemeenten. En dat ook nog eens vlak na verkiezingstijd met alle perikelen van dien. Maar ook aanbieders krijgen met veel beslommeringen te maken. Als je in meerdere gemeenten werkzaam bent, krijg je bijvoorbeeld te maken met twee verschillende loonhuizen. En niet dat we nog geen last hadden van de vele administratieve taken binnen de zorg.

Volgens mij is het daarom belangrijk om elkaar zoveel mogelijk op de hoogte te houden en begrip te tonen voor ieders positie in deze. Laten we dan ook gezamenlijk toewerken naar de hogere tarieven die de HV loonschalen mogelijk maken en een eind maken aan de race tot the bottom. Daarmee geven we een belangrijk signaal af naar de betrokken medewerkers en niet te vergeten cliënten in je gemeente. Medewerkers wij waarderen jullie! Cliënten wij voorzien jullie van gemotiveerde thuishulpen die het graag mogelijk maken dat je langer thuis kunt blijven wonen!

Ik ben benieuwd of mijn aanzet tot eerste hulp bij de nieuwe HV loonschalen volledig is. Mis je iets? Heb je nog andere tips voor gemeenten om te komen tot HV proof tarieven dan hoor ik het heel graag!

 

Janneke de Schutter is als commercieel manager werkzaam bij Tzorg. Tzorg is werkzaam in meer dan 300 Nederlandse gemeenten als Wmo zorgaanbieder Hulp in het Huishouden en Individuele Begeleiding. Janneke is regelmatig te vinden aan overlegtafels van gemeenten in heel Nederland en deelt graag haar kennis op het gebied van Wmo, inkoop en innovatie.

Volg Janneke op Twitter en LinkedIn. Of neem contact op per mail.

 

Terug naar alle nieuwsberichten